Ik ben Piet Hellemans, dierenarts en TV presentator. Ik zal jullie in meerdere artikelen op PetSecur.nl meenemen en adviseren in het gezond houden van je hond en kat. Van tips tot absolute no-go’s en hoe je ziekten kan herkennen maar vooral ook hoe je dit bij je huisdier kan voorkomen. In dit artikel behandel ik een veelgestelde vraag: moet je een hond of kat steriliseren of castreren? En waarom wel of juist niet?

Een efficient voortplantingsstelsel

Honden en katten hebben een efficiënt voortplantingsstelsel, er kunnen twee nesten per jaar geboren worden van wel zes of meer pups of kittens. Dit systeem werkt heel goed in het wild, er worden veel jongen geboren en de sterksten overleven.

Bij ons in huis krijgen poezen en teefjes gelukkig niet één of twee nestjes per jaar. Dan zouden we in een paar jaar een gigantisch katten en honden overschot hebben. Doordat hun voortplantingsstelsel hier wél klaar voor is, maar niet gebruikt wordt, ontstaan er ziektes en problemen, zoals schijnzwangerschap, ontstekingen en tumoren aan de baarmoeder en/ of melkklieren. Bij vrouwelijke dieren zijn deze kwalen en ziektes te voorkomen door ze op een jonge leeftijd te laten castreren (bij vrouwelijke dieren wordt dit “steriliseren” genoemd maar het is een castratie omdat de eierstokken worden weggenomen). Door de castratie wordt het voortplantingssysteem bij de poezen en teefjes platgelegd, de levensverwachting verlengd en de kans op ongewenste dracht en vele kwalen en ziektes praktisch nul.

Effecten van een castratie of sterilisatie

Bij teefjes is er een iets grotere kans op urineverlies of incontinentie na de castratie, met medicatie goed dit goed te verhelpen en dit risico weegt niet op tegen de vele medische voordelen van een castratie bij teefjes.

Bij onze mannelijke dieren ligt het anders, mannen zijn lang niet zo belangrijk voor het voortbestaan van de soort, de mannelijke inspanning en bijdrage aan de voortplanting is minimaal. Het mannelijke lichaam maakt amper offers voor de voortplanting en de medische voordelen van castreren zijn en verwaarlozen bij katers en reuen. Na castratie zullen reuen en katers geen nakomelingen meer kunnen maken, en het wegnemen van testosteron heeft een effect op het gedrag.

Bij katers zal een vroege castratie (op 6 maanden of eerder) voorkomen dat ze gaan sproeien (markeren) in en rond het huis, de urine ruikt minder sterk en ze zullen niet stad-en-land afzoeken op zoek naar een krolse poes. Een niet- gecastreerde kater is dus eigenlijk niet mee in huis te leven, dit gedrag en de geur komt door het testosteron en is dus geen gedrag wat afgeleerd kan worden.

Minder agressie na castratie

Niet gecastreerde reuen zullen eerder een gevecht aangaan, zijn meer met geurtjes bezig (vooral van loopse teefjes), tonen meer markeergedrag, rijen op andere dieren of objecten en hebben ontstekingsmateriaal bij de voorhuid. Als een reu ongewenst mannelijk gedrag vertoont, dan kan castratie helpen dit te beteugelen, bespreek dit dan ook altijd met een gedragsdeskundige, vaak is het testosteron wegnemen maar een deel van de oplossing.

Voorkom hoge dierenartskosten

De meest onderschatte kostenpost van huisdierbezitters is de dierenarts. Een huisdierenverzekering kan ervoor zorgen dat je een gerust gevoel hebt als het gaat om de zorg voor je hond of kat.

Deze website maakt gebruik van cookies om je een zo goed mogelijke gebruikerservaring te geven.
Ga hiermee akkoord door op accepteren te klikken.